Hoe bereken je de CO2-uitstoot van bossen en houtkap?

Onze bossen zorgen voor een enorme opslag van CO2. Doordat bomen groeien nemen ze CO2 op, maar die CO2 komt weer vrij als bomen afsterven of gekapt worden. Maar hoe neem je dat mee in de berekeningen om – volgens het klimaatakkoord – de CO2-uitstoot in 2050 naar nul te krijgen? De EU is bezig om nieuwe regels op te stellen voor de periode na 2021. Dat leidde tot een verhit debat. Dinsdag stemt het Europees Parlement over de uiteindelijke deal. We doen een poging om het LULUCF-dossier uit te leggen.

Als we de klimaatdoelen van Parijs willen halen, moet onze netto CO2-uitstoot minimaal naar nul, of zelfs negatief worden. Maar het berekenen van die uitstoot – wat tel je wel mee, wat niet, en hoe tel je het – is nog een hele klus. Daar hoort niet alleen uitstoot van sectoren als energie, industrie, landbouw en transport bij, maar ook van LULUCF.

Wat is LULUCF?

LULUCF. Veel cryptischer worden de afkortingen in het klimaatdossier niet. De afkorting staat in het Nederlands voor landgebruik en veranderingen in landgebruik en bosbouw. Het gaat niet alleen over bossen, maar ook over veengronden en grasland. Bebossing, het onderwater zetten van venen, en het laten begroeien van oude akkers, zorgt voor opname van CO2. Echter, het droogleggen van veen, kappen van bos en omploegen van grasland zorgt juist weer voor extra uitstoot. En de hoeveelheid CO2 die daar bij komt kijken, kan gigantisch zijn. 

Het Europees Parlement en de lidstaten hebben afgesproken dat vanaf 2021 de zogeheten ‘no-debit rule’ gaat gelden. Dat houdt in dat de totale uitstoot en opname van CO2 in de LULUCF-sectoren van een EU-land in balans moeten zijn. Kortom, het mag niet tot extra uitstoot leiden. Een goede eerste stap. Echter, we zouden eigenlijk verder moeten gaan. Gezien de enorme uitdaging waar we voor staan, zouden we jaarlijks steeds grotere hoeveelheden CO2 vast moeten leggen in onze bomen, planten, en grond.

De categorie waar het meest om te doen is, zijn de bossen. Bij CO2-uitstoot door verdwijnende bossen denk je misschien snel aan landen als Brazilië, waar het tropisch regenwoud gestaag omgekapt wordt. Maar ook in de EU, met name door de sterke toename in bio-energie, leidt het tot een felle strijd.  

Bio-energie

Als hout verbrand wordt in biomassa-installaties, of bijgestookt in kolencentrales, dan wordt de CO2 die daar bij vrijkomt niet meegeteld in de klimaatboekhouding. Internationaal is afgesproken dat die uitstoot wordt geteld onder LULUCF. Immers, de afname in bomen die de toenemende houtkap voor bio-energie veroorzaakt, wordt gemeten als men de totale LULUCF-uitstoot en -opname berekent. Zou je de uitstoot ook tellen bij de verbranding, dan tel je dubbel. Dat betekent echter wel dat de LULUCF reken- en boekhoudregels goed moeten zijn.

Veel regeringen, met name van bosrijke landen, zien echter liever dat de reken- en boekhoudregels voor het bepalen van de uitstoot die uit bossen komt, zo soepel mogelijk zijn. Dat maakt het makkelijker voor zulke landen om veel hout als duurzame energie in te zetten, zonder dat het in de boekhouding terecht komt. De boseigenaren verdienen er goed aan. En op papier lijkt het dan alsof zo’n land erg goed bezig is voor het klimaat, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet het geval is. 

Het kan wel vijftig jaar duren voordat een nieuwe boom weer dezelfde hoeveelheid CO2 op heeft genomen (nog los van de uitstoot die komt kijken bij het kappen en verwerken). In de tussentijd zit de CO2 in de lucht en zorgt het voor klimaatopwarming. Zulke tijdschalen zijn veel te lang gezien de acute klimaatuitdaging waar we voor staan. Aangezien het politiek niet lukt om zulke praktijken te verbieden, is dus zaak om al die uitstoot goed te meten en verrekenen onder LULUCF. 

Groen succes

Door een flinke lobby van de bosrijke EU-landen (met name de Scandinavische lidstaten), leken de boekhoudregels slecht te worden. Enkel de afname in bos boven een bepaald ‘toekomstig referentieniveau’ zou ook daadwerkelijk gerapporteerd worden, alle afname in CO2-opslag onder dat referentieniveau zou dus niet in de boeken worden opgenomen. Er werden daarnaast allerlei vage bewoordingen voorgesteld om het vaststellen van dat referentieniveau zo onduidelijk mogelijk te houden, met als gevolg dat nog meer houtkap onder de radar zou blijven. Lang leek het erop dat de bosrijke landen grotendeels hun zin gingen krijgen.

De Europese Groenen hebben dat echter weten te voorkomen door een slim compromis voor te stellen. Voor de boekhouding van de EU als geheel, geldt vanaf 2021 een zogeheten ‘net-net’ boekhoudregel. Enkel de exacte toename of afname van de CO2-opslag in Europese bossen gaat de EU-boeken in. In ruil daarvoor zijn de boekhoudregels voor de individuele EU-landen wat soepeler (maar niet zo soepel als de bosrijke landen wilden). Een land kan dus wat uitstoot wegmoffelen in z’n eigen boeken, de EU als geheel kan dat niet. Het laat weer eens zien hoe de EU als buffer kan gelden tegen slecht milieubeleid van individuele landen.

Dat is niet alleen goed voor de EU als geheel, maar ook internationaal gezien erg belangrijk. Onder het Parijsakkoord moeten namelijk eveneens nieuwe LULUCF reken- en boekhoudregels afgesproken worden. Hoe beter de regels van de EU, hoe groter de kans dat ook de minimumregels onder het nieuwe klimaatakkoord aangescherpt worden. En dat is onder andere van gigantisch belang om ontbossing van het regenwoud tegen te gaan. 

Dit artikel van Investico (onder het tussenkopje koolstofboekhouding) omschrijft mooi hoe de hoeveelheid opgeslagen CO2 in een bos bepaald wordt.