KlimaatABC

Jip-en-Janneketaal is nog niet echt doorgebroken op de internationale conferenties en de afkortingen vliegen dus om je oren. Daarom hier het ABC van de klimaatonderhandelingen. Handig om precies te weten waar het nou allemaal over gaat, maar ook erg handig als je indruk wil maken bij een verjaardagsfeestje. De meestgebruikte termen staan bovenaan.

UNFCCC COP IPCC
Klimaatakkoord Landing zone Anchoring
Stocktaking Non-paper POTODOSO
Herzieningsmechanisme AR5 Kyotoprotocol
(EU) ETS MRV REDD/REDD+
NGO JI CDM
AAUs ADP INDC
LULUCF Loss and damage Klimaatfonds
SDG's   Landenblokken (AOSIS, G77, LDC's, etc.)

UNFCCC: United Nations Framework Convention on Climate Change

Ook wel hét klimaatverdrag. Dit klimaatverdrag is een raamverdrag dat in 1992 onder de Verenigde Naties werd afgesloten. Doel van het verdrag is om de klimaatcrisis aan te pakken door uitstoot van broeikasgassen te reduceren. Het klimaatverdrag trad in 1994 in werking en 192 landen hebben het verdrag ondertekend. Binnen het kader van dit klimaatverdrag is in 1997 het Kyotoprotocol opgesteld.

Onder het klimaatverdrag zijn er twee groepen landen:

  • Annex I-landen: de geïndustrialiseerde landen
  • niet-Annex I-landen: de ontwikkelingslanden

Binnen het verdrag is de Conference of Parties het belangrijkste besluitvormende orgaan.

COP: Conference of Parties

Het belangrijkste besluitvormende orgaan binnen het klimaatverdrag (zie ook UNFCCC). Elk jaar komen de 192 landen die het klimaatverdrag ondertekend hebben bijeen om de overleggen over de voortgang. Dit jaar in Parijs is de eenentwintigste bijeenkomst, vandaar de naam COP21. Naar de website van de COP21.

IPCC: Intergovernmental Panel on Climate Change

Dit klimaatpanel van de Verenigde Naties verzamelt alle wetenschappelijke klimaatgegevens en bundelt deze in een rapport dat elke zes jaar verschijnt. Bij de opstelling van deze rapporten zijn duizenden wetenschappers betrokken, een van die wetenschappers was Bas Eickhout, voordat hij Europarlementariër werd. Naar de website van het IPCC.

Klimaatakkoord

De uiteindelijke tekst van het klimaatakkoord bestaat uit vier onderdelen:

  • Agreement (of verdrag)
    Het belangrijkste onderdeel, moet geratificeerd worden door alle deelnemende partijen (de landen dus).
  • Preamble (of preambule)
    Het gedeelde waarin deelnemers hun symbolische woorden in kwijt kunnen. Ook gebruikt om de context te omschrijven waarin het verdrag geplaatst moer worden.
  • Decision (of besluit)
    Tekst die geen ratificatie nodig heeft omdat het volledig valt binnen het mandaat dat de landen eerder al aan de VN-klimaatorganisatie UNFCCC hebben gegeven.
  • Annex (of bijlage)
    Wordt gebruikt voor teksten waarnaar op andere plekken verwezen wordt.

Landing zone

Er wordt gesproken over een landingszone zodra er een stuk tekst op tafel ligt waarover alle partijen het eens zijn.

Anchoring

Alle partijen proberen de kwesties die zij het belangrijkste vinden in het in het uiteindelijke verdrag te krijgen in plaats van in een besluit, annex of de preambule. Het proces om een prioriteit in het verdrag veilig te stellen wordt verankeren genoemd.

Zie ook: Klimaatakkoord

Stocktaking

Ofwel inventarisatie. De onderhandelingen vinden op verschillende plekken tegelijk plaats. In allerlei zaaltjes wordt over verschillende deelgebieden van het nieuwe verdrag gesproken. Om enig overzicht te behouden komen alle partijen regelmatig plenair bij elkaar voor een inventarisatie om te zien waar de onderhandelingen in z'n geheel precies staan.

Non-paper

Een document dat geproduceerd wordt om de onderhandelingen te faciliteren maar dat geen officiële status heeft.

POTODOSO

Staat voor "position to do so" en verwijst naar de landen die nu nog niet bijdragen aan internationale klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden, maar welvarend genoeg zijn om dat na 2020 wel te gaan doen.

Herzieningsmechanisme

De beloftes die nu op tafel liggen zijn niet genoeg om klimaatverandering onder de twee graden te houden. Vandaar dat veel betrokkenen het belang van een herzieningsmechanisme onderstrepen om de ambitie in de loop der tijd op te schroeven. Het wordt belangrijk om vast te leggen dat zo een herziening niet tot afzwakking mag leiden en om de eerste herziening zo snel mogelijk te laten beginnen.

AR5: Fifth Assessment Report

In november 2014 bracht het IPPC haar vijfde rapport uit. De wetenschappers stellen dat het nu nog mogelijk is de opwarming van de aarde te beperken tot twee graden Celsius, maar dat we daarvoor wel haast moeten maken. Hoe langer de wereld wacht met drastische maatregelen, hoe kleiner de kans op succes en hoe hoger de kosten van de aanpak van klimaatverandering worden.

KP: Kyotoprotocol

Het huidige klimaatakkoord, dat in 1997 werd opgesteld in de Japanse stad Kyoto. Dit internationale verdrag bevatte de doelstelling om de uitstoot van broeikasgassen in 2008-2012 met gemiddeld vijf procent te verminderen ten opzichte van het niveau in 1990. De Verenigde Staten hebben het verdrag niet geratificeerd en Canada trok zich later terug. Onder het Kyotoprotocol hebben alleen industrielanden verplichtingen, landen die eerder nog als ontwikkelingslanden werden gezien, zoals China, kregen geen reductiedoelstelling opgelegd.

In 2012 liep het Kyotoprotocol af, maar tijdens de klimaatonderhandelingen in Doha is echter afgesproken om het verdrag te 'verlengen' tot 2020. De inhoud van het verdrag is echter volledig achterhaald, het is bijvoorbeeld hoog tijd dat landen als China en India ook reductiedoestellingen krijgen. Vandaar dat het doel is om 2015 in Parijs met een nieuw verdrag te komen. Dat neemt dan het stokje over van het Kyotoprotocol na 2020 overneemt. Naar de webpagina van de UNFCCC over het Kyotoprotocol.

(EU) ETS: Emissions Trading System

EU ETS is het Europese handelssysteem voor het recht om CO2 uit te mogen stoten.

In theorie moet een bedrijf voor de uitstoot van CO2 'rechten' op de markt kopen. Een eenheid staat voor een ton CO2. Hoe minder CO2 een bedrijf uitstoot, hoe minder rechten het hoeft te kopen. Het loont dan voor bedrijven om te investeren in een andere manier van produceren die minder CO2-uitstoot veroorzaakt. Ondertussen verminderen we jaar na jaar het totale aanbod van CO2-rechten, waardoor de prijs om CO2 uit te mogen stoten steeds oploopt.

Op dit moment moeten ongeveer elfduizend energiebedrijven en industriële installaties in meer dan dertig landen CO2-rechten kopen op de Europese markt. Na een opstartfase van een paar jaar waarin CO2-rechten gratis werden weggegeven, gaat de Europese Unie vanaf 2013 ongeveer de helft van de beschikbare rechten veilen aan de hoogste bieder.

Lees ook: Zeven vragen en antwoorden over het emissiehandelsstysteem

MRV: Measuring, Reporting, Verification

Oftwel meten is weten. MRV gaat over internationale afspraken over hoe we kunnen meten of landen zich aan hun beloftes houden. In 2012 stelde Bas Eickhout namens het Europees Parlement wetgeving op voor de Europese rapportage van klimaatbeleid. In november 2014 werd een nieuwe stap gezet: vanaf eind 2017 moeten schepen die aankomen of vertrekken uit Europese havens hun CO2-uitstoot rapporteren.

REDD/REDD+: Reducing Emissions from Deforestation and forest Degradation

Bossen leggen CO2 vast in hun bladeren, hout, wortels en de organische materie in de bodem en vormen dus een gigantische opslagplaats van koolstof. Maar als er bossen gekapt worden dan komt er CO2 vrij. Meer dan vijftien procent van de mondiale CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door ontbossing. Het verminderen van ontbossing is dus heel belangrijk om de klimaatcrisis tegen te gaan. In de klimaatonderhandelingen wordt dit REDD genoemd.
Nu kunnen landen alleen verdienen aan het kappen van het bos. Het hout brengt geld op en je hebt mooie landbouwgrond voor het verbouwen van voedsel. Als landen hun bossen laten staan, moeten ze dus voor deze gemiste inkomsten gecompenseerd worden.

REDD+ gaat verder dan het tegengaan van ontbossing en bosdegradatie en omvat ook de bescherming van bossen, het duurzaam gebruik van bossen en de rol van bossen als opslagplaatsen van CO2. Onder REDD+ kunnen ook landen die al langere tijd duurzaam met hun bossen zijn omgesprongen financieel gecompenseerd worden. Bekijk de video met animatie over REDD vanuit Cancén (2010).

NGO

Niet-gouvernementele organisatie. Bijvoorbeeld Greenpeace of Milieudefensie.

JI: Joint Implementation

Dit is één van de flexibele mechanismen onder het Kyotoprotocol. Landen kunnen hiermee in andere landen klimaatemissies reduceren in plaats van in eigen land, tegen lagere kosten en dus “kostenefficiënt”. Onder JI worden emissiereductieprojecten in andere Annex I-landen (industrielanden) gefinancierd, in tegenstelling tot CDM waarbij in ontwikkelingslanden wordt geïnvesteerd. Naar de webpagina van de UNFCCC over JI.

CDM: Clean Development Mechanism

Dit is één van de flexibele mechanismen onder het Kyotoprotocol. Landen kunnen hiermee in andere landen klimaatemissies reduceren in plaats van in eigen land, tegen lagere kosten en dus ‘kostenefficiënt’. Onder CDM worden emissiereductieprojecten in ontwikkelingslanden gefinancierd. Ook Nederland maakt gebruik van zulke CDM-projecten om aan de eigen doelstelling (zes procent minder in 2008-2012 tegenover 1990) te kunnen voldoen. Naar de webpagina van de UNFCCC over CDM.

AAUs: Assigned Amount Units

Dit is de term die gebruikt wordt voor de CO2-emissierechten onder het Kyotoprotocol. Op de klimaattop gaat het vooral om het surplus aan AAUs, het overschot aan emissierechten. Ook wel hot air genoemd. Dit overschot aan uitstootrechten zijn het gevolg van een economische crisis, bijvoorbeeld de terugval in de economie in landen in het voormalig Oostblok in de jaren ’90. Hierdoor zijn hun uitstoot flink gedaald en hoeven deze landen niets extra te doen om hun klimaatdoelen te halen. Deze landen kunnen hun overschot aan emissierechten verkopen aan andere landen of het overschot meenemen naar een mogelijk vervolg op het Kyotoprotocol.

ADP: Ad Hoc Working group on the Durban Platform for Enhanced Action

In Durban in 2011 is afgesproken dat er op de klimaattop in Parijs in 2015 een klimaatverdrag moet liggen waaraan bijna tweehonderd landen meedoen. Dit nieuwe klimaatverdrag moet vanaf 2020 in werking treden. Het mandaat van ADP is om dit klimaatverdrag te ontwikkelen zodat het vanaf 2020 geimplementeerd kan worden (workstream 1). Onder ADP wordt ook gekeken hoe de klimaatambitie tot het jaar 2020 verhoogd kan worden (workstream 2).

INDC: Intended Nationally Determined Contribution

Vrij vertaald: beoogde bijdrage die nationaal bepaald is. Deze ingewikkelde term vervangt het eenvoudige woord 'doelstelling', dat sommige landen veel te definitief vonden klinken. Het is de bedoeling dat landen ruim voor de top in Parijs in 2015 bekend maken wat hun CO2-reductieplannen zijn. Deze kunnen dan geanalyseerd, beoordeeld en opgeteld worden om te kijken of het voldoende is om de temperatuurstijging binnen twee graden te houden. Op die manier kan tevens bepaald worden welke landen een stapje harder moeten zetten. Waardevolle informatie om te hebben tijdens de onderhandelingen voor een nieuw klimaatverdrag.

LULUCF: Land Use Land Use Change and Forestry

Of in het Nederlands: landgebruik en veranderingen in landgebruik en bosbouw. Bij het ontwateren van moerassen komt uitstoot vrij, terwijl bossen juist CO2 kunnen opslaan. Er moet dus rekening gehouden met de gevolgen van LULUCF. Onder het huidige Kotoprotocol zijn er teveel gaten in de regelgeving rondom LUCLUF, dit leidt tot gesjoemel en het zorgt ervoor dat sommige landen geen structurele maatregelen nemen om hun CO2-emissies terug te dringen. Een volgend verdrag zal dus betere regels moeten bevatten.

Loss and damage

Compensatie aan ontwikkelingslanden voor verlies en schade veroorzaakt door natuurrampen die vaker voorkomen en extremer zullen zijn door klimaatverandering. De gedachte achter deze extra vorm van compensatie is dat ontwikkelingslanden niet verantwoordelijk zijn voor de historische emissies die tot de huidige temperatuurstijging leiden, het zijn echter wel de landen die het hardst getroffen worden door de gevolgen van extreme weersomstandigheden. De armste landen kunnen zich niet snel genoeg aan klimaatverandering aanpassen om zich tegen de toenemende hoeveelheid en ernst van natuurrampen te wapenen, vandaar dat ze extra financiële compensatie eisen. De landen die moeten betalen zien dit idee echter niet zitten, zij houden het liever bij het uitruilen van kennis en informatie.

Klimaatfonds

Het klimaatfonds is opgericht om ontwikkelingslanden te helpen bij het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en om hun economieën duurzaam te laten groeien. Momenteel zit er tien miljard dollar in het fonds, vanaf 2020 moet het echter per jaar honderd miljard uitkeren. De rijke landen blijven tot op heden echter erg vaag over waar dit geld vandaan gaat komen. Lees meer over het klimaatfonds...

SDG's: Sustainable Development Goals

Een universele set van doelen, doelstellingen en indicatoren die de VN-landen willen gaan gebruiken om hun beleid op het gebied van ontwikkelingssamenwerking de komende vijftien jaar vorm te geven. De SDG's zijn een opvolger van en een uitbreiding op de Millennium Development Goals (MDG's) die aan het einde van 2015 aflopen. Veel van de voorgestelde doelstelling hebben direct of indirect betrekking op het bestrijden van klimaatverandering.

Landenblokken

Op de klimaattop werken landen in allerlei verbanden samen. De belangrijkste zijn:

V20 Group
De V staat voor ‘vunerables’ of kwetsbaren. De twintig landen die het meest gevoelig zijn voor klimaatverandering hebben een eigen groep opgericht. Ze werken samen om te pleiten voor meer internationale klimaatfinanciering en voor compensatie voor klimaatschade. Naar de website van het V20 Forum.

AOSIS: Alliance of Small Island States
Een coalitie van drieënveertig laag liggende en kleine eilandstaten. Deze landen lopen het gevaar opgeslokt te worden door de zee als de zeespiegel gaat stijgen door klimaatverandering.

SIDS: Small Island Developing States
Kleine eilandstaten die ook een ontwikkelingsland zijn

G77 + China
Samenwerkingsverband van ‘ontwikkelingslanden’ en bestaat uit honderddertig leden, waaronder China, India, Bangladesh, Venezuela. Elk jaar zit een ander land de G77 voor. Omdat het om een grote groep landen gaat met verschillende belangen zijn er ook groepen binnen de G77-groep (zoals AOSIS en LDCs). Volgens analisten zijn de verschillen groeiende en neemt de saamhorigheid af.

LDCs: Least Developed Countries
De allerarmste landen, erg kwetsbaar voor klimaatsverandering.

OPEC: Organization of the Petroleum Exporting Countries
De organisatie van olie-exporterende landen is een samenwerkingsverband van twaalf landen die over veel olie beschikken.

LMDC: Like-minded developing countries
China, de meeste Arabische landen, Bolivia, Ecuador, Venezuela, Nicaragua en India. Deze landen zijn tegen zogenaamde 'evoluerende verantwoordelijkheden', wat inhoudt dat landen meer bij moeten dragen aan de strijd tegen klimaatverandering - inclusief stijgende bijdragen aan internationale klimaatfinanciering - naarmate hun economieën groeien.

AILAC: Independent Alliance of Latin America and the Caribbean
Chili, Colombia, Costa Rica, Guatemala, Panama en Peru. Een alliantie van progressieve Latijns Amerikaanse landen die voorstanders zijn voor relatief krachtige CO2-reductiedoelstellingen.