Wat moet de klimaattop in Parijs opleveren? Onze acht aandachtspunten

Er begint meer aandacht te komen voor de klimaatonderhandelingen die aan het eind van het jaar in Parijs zullen plaatsvinden. Een goed moment dus om eens op een rijtje te zetten wat een ambitieus nieuw klimaatakkoord idealiter zou moeten bevatten, wat de insteek van de Europese Unie moet zijn, en wat er na Parijs moet gebeuren voor een aarde die niet meer dan twee graden opwarmt. GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout maakt een analyse en zet zijn acht aandachtspunten op een rij.

1. Tweegradennorm

Tijdens de Earth Summit in Rio de Janeiro in 1992 spraken wereldleiders met elkaar af om een gevaarlijke verstoring van de klimaatsystemen te voorkomen. In 2010 werd dit, als uitkomst van de klimaatonderhandelingen in Cancún, wereldwijd vertaald in de tweegradennorm: de gemiddelde temperatuur op aarde mag niet meer dan twee graden boven het pre-industriële niveau stijgen. Volgens analyses van de IPCC zijn de gevolgen van slechts één graad temperatuurstijging echter al aanzienlijk.

GroenLinks: Het klimaatakkoord moet in lijn zijn met de afspraken die in het verleden zijn gemaakt, zodat uitvoering van het verdrag ervoor zorgt dat de opwarming van de aarde binnen de twee graden blijft.

2. Juridisch bindend verdrag

Een vrijblijvend verdrag zonder enige internationale juridische status en mogelijke sancties is ineffectief. Landen moeten zich verantwoorden als ze hun verplichtingen verzuimen. Dit voorkomt dat een nieuwe regering zomaar eerder gemaakte toezeggingen overboord kan gooien. Een bindende overeenkomst zal tevens ambitieuzer zijn omdat het de zorg bij landen over mogelijke niet-naleving van anderen vermindert.

GroenLinks: De klimaatonderhandelingen moet wettelijk bindende CO2-reductieverplichtingen opleveren voor alle deelnemende landen.

3. Bronnen voor klimaatfinanciering

De armste landen moeten financieel geholpen worden, niet alleen om klimaatverandering te bestrijden, maar ook met het aanpassen aan onvermijdelijke gevolgen. De arme landen hebben nauwelijks bijgedragen aan de huidige CO2-concentraties in de lucht. Toch krijgen ze, vanwege hun gevoeligheid voor extreme weersomstandigheden, te maken met de meest ernstige gevolgen van een opwarmende aarde. Er is al een bedrag van honderd miljard per jaar vanaf 2020 beloofd, maar waar dat geld vandaan gaat komen is nog volledig onduidelijk.

GroenLinks: Er moeten betrouwbare publieke en private bronnen voor klimaatfinanciering komen, zodat ontwikkelingslanden zich kunnen beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

4. Eerlijker verdelen van verantwoordelijkheden

Niet alleen vanuit een moreel oogpunt moet er een oplossing voor het financieringsvraagstuk komen, ook strategisch gezien is het cruciaal. We hebben de ontwikkelingslanden hard nodig om de verdeling tussen Annex-1 (de rijkere landen) en Niet-Annex-1 (de armere landen) open te breken. Grootvervuilers als China en India willen dit achterhaalde onderscheid behouden, omdat ze nog in de 'arme' Niet-Annex-1-groep zitten. Daarmee voorkomen ze dat ze meer verantwoordelijkheden krijgen. Het behouden van de huidige tweedeling is voor de Europese Unie en de Verenigde Staten onaanvaardbaar.

GroenLinks: Verplichtingen moeten vastgesteld worden op basis van historische emissies, huidige nationale omstandigheden en capaciteiten, niet door een verouderde indeling van de wereld.

5. Internationale lucht- en scheepvaart

De luchtvaartsector neemt vijf procent en scheepvaart drie procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen door mensen voor haar rekening. Dit aandeel is hard aan het stijgen omdat ze geen strobreed in de weg wordt gelegd. Emissies van de internationale lucht- en scheepvaart vallen zelfs buiten het Kyoto-protocol. Beide sectoren beloven al bijna twintig jaar om zelf maatregelen te nemen, maar tot op heden is dit nog steeds niet gebeurd. Blijft dit het geval dan zal hun uitstoot naar verwachting verdubbelen of zelfs verdrievoudigen tussen nu en 2050.

GroenLinks: Emissies van internationale lucht- en scheepvaart moeten onder het nieuwe klimaatverdrag vallen, beide sectoren moeten de verplichting krijgen om hun uitstoot te verminderen.

6. EU als voortrekker

In mondiaal opzicht is Europa altijd een voorloper op klimaatgebied geweest, dat blijkt onder andere uit de Europese inzet op klimaatconferenties. In 2009 in Kopenhagen verloor de Europese Unie echter het initiatief. Europese leiders zaten in een achterkamertje te bakkeleien terwijl China en de Verenigde Staten tot een slap akkoord kwamen. In 2011 in Durban ging het gelukkig beter. Onder leiding van eurocommissaris Connie Hedegaard werd er afgesproken dat er in 2015 een nieuw verdrag zal moeten worden gesloten. Dit toont aan dat het loont als de EU met één mond spreekt in plaats van 28 verschillende.

GroenLinks: De Europese Unie moet duidelijk met één mond spreken. De Europese Commissie moet de vrijheid krijgen om te onderhandelen. EU-landen geven voorafgaand aan Parijs een duidelijk en flexibel mandaat mee aan de Europese Commissie, ook als het om financiën gaat.

7. Mogelijkheid tot herziening

Helaas ziet het er momenteel niet naar uit dat we in Parijs een akkoord krijgen dat voldoet aan al de bovenstaande eisen. Neem bijvoorbeeld de tweegradennorm. Sommige onderhandelaars, waaronder eurocommissaris Miguel Cañete, roepen nu al dat Parijs die norm niet voor elkaar zal krijgen. Vandaar dat een nieuw verdrag mechanismen moet bevatten die het mogelijk maken om het ambitieniveau in de loop der tijd te verhogen. Voor Europa is het daarom van cruciaal belang zich niet voor vijftien jaar vast te leggen via een CO2-reductiedoelstelling voor 2030, zoals nu het geval is.

GroenLinks: De EU moet met een doelstelling voor 2025 komen die, met het oog op internationale en technologische ontwikkelingen, over een aantal jaar herzien kan worden.

8. Parijs is geen eindstation

Wat voor akkoord er ook komt, na Parijs zijn we nog lang niet klaar. Continue druk vanuit de samenleving is nodig om ervoor te zorgen dat klimaatbeleid hoger op de politieke agenda komt. De samenleving is echter niet volledig afhankelijk van de politiek. Zo is de spectaculaire prijsontwikkeling van zonnepanelen grotendeels te danken aan de interesse van consumenten. Buurtbewoners richten energiecoöperaties op. En de toenemende roep om te stoppen met het investeren in de fossiele economie (divestment) toont dat mensen om financiële en morele redenen niet langer accepteren dat hun geld geïnvesteerd wordt in schadelijke brandstoffen.

GroenLinks: We hebben ons lot in eigen handen. Van onderaf is er een duidelijke beweging gaande om de wereld op een duurzaam pad te brengen, Parijs moet een extra stimulans aan deze ontwikkeling geven.